Prinsjesdag – Belastingplan 2021

Gisteren heeft het kabinet het pakket Belastingplan 2021 aangeboden aan de Tweede Kamer.  Wij hebben de meest relevante maatregelen per belastingsoort op hoofdlijnen voor u uitgewerkt.

Inkomstenbelasting

Tarief box 1 en box 2

  • Ten aanzien van box 1 wordt het (gecombineerd) basistarief verlaagd van 37,35% naar 37,10%. Het toptarief blijft 49,5% voor een inkomen boven € 68.507. Het basistarief wordt in stappen verder verlaagd tot 37,03% in 2024. Het toptarief blijft gelijk.
  • In een eerder wetsvoorstel is al bepaald dat het box 2-tarief omhooggaat van 26,25% naar 26,9%.

Zelfstandigenaftrek, arbeidskorting en IACK

  • De zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd tot € 6.670 in 2021. De versnelde afbouw gaat daarna in stappen omlaag tot € 3.240 in 2036.
  • De arbeidskorting wordt verhoogd naar maximaal € 4.205.
  • Het maximale bedrag aan inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verlaagd tot € 2.815, om deze vervolgens in 2022 weer te verhogen.

Bovenmatige schulden dga bij eigen bv

Het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij eigen vennootschap’ is eerder dit jaar al ingediend. Vanaf 2023 moeten ab-houders in box 2 26,9% inkomstenbelasting betalen over bovenmatige schulden (meer dan € 500.000) die zij hebben bij eigen bv(‘s). Hetzelfde geldt voor schulden van hun bloed- en aanverwanten. Alleen eigenwoningleningen worden onder voorwaarden uitgezonderd.

Verduidelijking berekeningswijze KIA

De berekeningswijze van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) wordt voor belastingplichtigen met meerdere ondernemingen en belastingplichtigen die deel uitmaken van een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld een vof) verduidelijkt. Een belastingplichtige die onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband heeft recht op het naar evenredigheid van zijn investeringsbedrag berekende bedrag van de KIA dat hoort bij het totaal van de investeringen van alle deelnemers voor het samenwerkingsverband en de buitenvennootschappelijke investeringen van de belastingplichtige. Voor het bepalen van de hoogte van de KIA per onderneming wordt voortaan uitgegaan van het investeringsbedrag per onderneming van de belastingplichtige. Deze wijziging werkt ook door in de vennootschapsbelasting.

Aanpassing box 3

Het heffingsvrij vermogen stijgt van € 30.846 naar € 50.000 (voor partners van € 61.692 naar € 100.000). Daarnaast worden de schijfgrenzen aangepast: de tweede schijf begint bij € 100.000 vermogen en derde schijf bij € 1.000.000 vermogen. Het tarief wordt verhoogd van 30% naar 31%.

Vennootschapsbelasting

Tarief

De eerder aangekondigde verlaging van het hoge tarief in de vennootschapsbelasting van 25% naar 21,7% gaat niet door. Het hoge tarief blijft dus 25%. Het tarief van de eerste schijf van de vennootschapsbelasting gaat wel omlaag van 16,5% naar 15%. Dit lage tarief geldt in 2021 voor winsten tot € 245.000 en in 2022 wordt deze grens verhoogd naar € 395.000.

Innovatiebox

Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 7% naar 9%. Dit was eerder al aangekondigd.

Fiscale coronareserve

Vennootschapsbelastingplichtige bedrijven die als gevolg van de coronacrisis een verlies verwachten over 2020, mogen hiervoor in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 al een coronareserve vormen. Deze maatregel was al eerder genomen in het kader van de coronacrisis en wordt nu in de wet vastgelegd.

Aanpassing liquidatieverliesregeling

Het wetsvoorstel beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling komt hoofdzakelijk overeen met het eerder verschenen initiatiefwetsvoorstel. Voor zover het liquidatieverlies op een deelneming meer bedraagt dan vijf miljoen euro kan het vanaf 2021 slechts in aanmerking worden genomen indien de belastingplichtige doorslaggevende zeggenschap heeft in het ontbonden lichaam en het ontbonden lichaam is gevestigd in Nederland, een andere EU/EER lidstaat of een staat waarmee de EU een specifieke associatieovereenkomst heeft gesloten. De vereffening dient te zijn voltooid binnen drie jaar na staking van de onderneming of het besluit daartoe. Het wetsvoorstel bevat een met de aanpassing van de liquidatieregeling vergelijkbare regeling voor stakingsverliezen.

Aanpassing renteaftrekbeperking

De renteaftrekbeperking die onder omstandigheden renten (waaronder kosten en valutaresultaten) van schulden aan een verbonden lichaam of verbonden natuurlijke persoon van aftrek uitsluit wordt aangepast. De voorgestelde wijziging bewerkstelligt dat per kwalificerende schuld de specifieke renteaftrekbeperking per saldo niet langer kan leiden tot een lagere winst. Per schuld dient voortaan te worden bepaald of het bedrag aan negatieve rente of valutawinst het bedrag aan positieve rente, valutaverlies of kosten overschrijdt. Voor zover dat het geval is, wordt dit saldo niet langer op grond van deze aftrekbeperking buiten aanmerking gelaten bij het bepalen van de winst.

Aankondigingen

Het Kabinet heeft ook een aantal aankondigingen gedaan, waarop het later nog terugkomt (eventueel met een wetsvoorstel). Hierbij gaat het onder meer om de volgende onderwerpen:

  • Aanpassing verliesverrekening (per 1 januari 2022).
  • Aanpassing arm’s length-beginsel.
  • Onderzoek invoering vermogensaftrek.
  • Aanpassing verrekening voorheffing met vennootschapsbelasting.
  • Alternatieven fiscale eenheidsregime (groepsregeling).

Verhuurderheffing

Eenmalige huurverlaging en tarief verhuurderheffing

Huurders van woningcorporaties met een inkomen beneden de € 23.255 voor een eenpersoonshuishouden (voor ouderen € 23.175) of € 31.550 voor een meerpersoonshuishouden (voor ouderen € 31.475) hebben onder voorwaarden recht op een eenmalige huurverlaging. Dit is het geval indien de huur voor de woning boven € 619,01 per maand ligt (voor huishoudens van drie personen of meer € 663,40 per maand). Als tegemoetkoming voor de huurverlaging wordt het tarief van de verhuurderheffing die woningcorporaties betalen verlaagd met 0,036 procentpunt naar 0,526%.

Loonheffingen

Voor de loonheffingen is dit jaar – in vergelijking met voorgaande jaren – een beperkt aantal wijzigingen voorgesteld.

Voor alle werkgevers

  • In 2020 verruiming vrije ruimte WKR. Sinds 1 januari 2020 bedraagt de vrije ruimte per werkgever 1,7% van – kort gezegd – de fiscale loonsom tot en met € 400.000 plus 1,2% van het restant van die loonsom. In het ‘Besluit noodmaatregelen coronacrisis’ is vooruitlopend op wetswijziging goedgekeurd dat voor het jaar 2020 de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom 3% bedraagt, voor het meerdere blijft deze nog steeds 1,2%. In het Belastingplan wordt een codificering van deze goedkeuring voorgesteld.
  • Vanaf 2021 verlaging vrije ruimte WKR loonsom > € 400.000 vanaf 2021. De vrije ruimte over het fiscale loon > € 400.000 bedraagt thans 1,2%. Er wordt voorgesteld dit percentage te verlagen naar 1,18%. Met deze minimale verlaging kan de verruiming van de gerichte vrijstelling voor scholingskosten worden gefinancierd.
  • Verruiming gerichte vrijstelling scholingskosten. In de WKR is reeds een gerichte vrijstelling opgenomen voor het vergoeden of verstrekken van scholing van werknemers, zowel voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden van de dienstbetrekking maar ook voor een mogelijk ander beroep (‘het verwerven van inkomen’). Deze gerichte vrijstelling voor het volgen van scholing met het oog op het verwerven van inkomen mag straks ook worden toegepast voor ex-werknemers. Voor zover de gerichte vrijstelling voor outplacementkosten hier al geen oplossing voor bood, zal door de verruiming geen discussie meer bestaan voor toepassing van de gerichte vrijstelling voor scholingskosten aan werknemers in afvloeiingstrajecten.
  • Ten aanzien van een individueel leerbudget of scholingsbudget is van belang dat de verruiming van de gerichte vrijstelling voor scholingskosten alleen geldt als de budgetten zo zijn vormgegeven dat deelnemers geen onvoorwaardelijk recht hebben op het budget zolang het niet wordt aangewend. Het individuele keuzebudget (IKB) van rijkspersoneel komt daarmee bijvoorbeeld dus niet per definitie/volledig in aanmerking voor toepassing van de gerichte vrijstelling.

Specifiek voor zorginstellingen

Fiscale behandeling bonus zorgprofessionals. Zorgprofessionals die in hun werk direct of indirect de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus hebben ondervonden, krijgen in 2020 en 2021 een netto bonus van € 1.000 respectievelijk € 500.

  • Voor werknemers: deze bonus wordt ondergebracht in de vrije ruimte van de WKR waardoor dit geen gevolgen zal hebben voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen. De werkgever wordt gecompenseerd voor eventuele verschuldigde eindheffing.
  • Voor niet-werknemers: ook hier wordt een afwikkeling via de zorginstelling voorgesteld, via een verruiming van de eindheffing voor niet-werknemers, met compensatie voor de zorginstelling.

Specifiek voor start-ups en scale-ups

Vooralsnog geen/uitstel aanpassing heffingsmoment aandelenoptierecht voor start-ups. Er was reeds eerder een versoepeling voor de fiscale behandeling van aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups aangekondigd. Probleem van de huidige systematiek is dat heffing plaatsvindt op het moment waarop de aandelenopties worden uitgeoefend, terwijl de verkregen aandelen op dat moment veelal niet kunnen worden verkocht. Doel was het heffingsmoment te verleggen naar het moment waarop de uit die uitoefening verkregen aandelen kunnen worden verhandeld, maar na overleg met de sector is gebleken dat dit niet voor alle start-ups en scale-ups wenselijk is. Bovendien zijn er vanuit de sector nog een aantal praktische bezwaren aangedragen. In de komende maanden wordt de maatregel in overleg met de sector verder uitgewerkt, met als streven de aangepaste wetgeving in te voeren per 1 januari 2021.

Overdrachtsbelasting

  • In het wetsvoorstel Wet differentiatie overdrachtsbelasting wordt voorgesteld om een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting te introduceren voor kopers tussen de 18 en 35 jaar die voor het eerst een eigen woning aanschaffen. Hiervoor is vereist dat de woning het hoofdverblijf wordt van de starter.
  • De eis dat de woning als hoofdverblijf fungeert gaat ook gelden voor anderen dan starters die een woning aankopen tegen het 2% tarief. Daarmee kan de vrijstelling voor starters en het 2% tarief alleen nog worden toegepast door kopers die de woning ook daadwerkelijk gaan bewonen.
  • Alle overige verkrijgingen van woningen worden, net zoals bedrijfspanden, vanaf 1 januari 2021 belast tegen het hogere tarief van 8%. Hieronder valt bijvoorbeeld de aankoop van een vakantiewoning, beleggingspand en de aankoop door een rechtspersoon.  

Meer weten?

Neem gerust contact met ons op en wij adviseren u hier graag over.